Werkzaamheid Biopunctuur


 

Biopunctuur kan zich nog niet het label “evidence based medicine” toeëigenen. Terecht. Daarvoor is er dringend meer wetenschappelijk onderzoek nodig. De exacte werkingsmechanismen van deze techniek waren nog onvoldoende bekend. Recent onderzoek echter bevestigt het vermoeden dat Traumeel (een van de meest gebruikte producten in biopunctuur) waarschijnlijk werkt via stimulatie van de immuun respons (Porozov). Dit zou verklaren waarom zo'n kleine dosissen zo'n opmerkelijke klinische effecten kunnen hebben (zie ook: Clinical & Developmental Immunology, June 2004).

In ieder geval is er nog veel meer onderzoek nodig. Vooral grote gerandomiseerde klinische studies kunnen misschien biopunctuur op de kaart plaatsen van de geneeskunde van de 21 ste eeuw. Maar we dienen te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is om een goede dubbelblind studie te ontwerpen om biopunctuur te testen, omdat een techniek sowieso moeilijk blind kan getest worden. Er is immers bij biopunctuur niet alleen het effect van het product maar ook niet specifieke effecten veroorzaakt door de injectietechniek zelf (zie verder).

Dit probleem doet zich ook voor bij het onderzoek naar de werkzaamheid van bepaalde technieken in de reguliere geneeskunde. Laten we een eerste voorbeeld nemen: het is inderdaad moeilijk om een goede dubbel blind studie te doen naar de effecten van psychotherapie bij depressie. Toch worden deze consultaties bij psychiaters erkend en nooit in vraag gesteld. Een tweede voorbeeld: hoe doen we een dubbel blind studie naar het effect van kinesitherapie bij whiplash? Laten we een nog een derde voorbeeld geven. Hoe is het mogelijk om een degelijke dubbel blind studie te doen naar rugchirurgie voor hernia? Is het ethisch verantwoord een schijnoperatie uit te voeren? Wat is het effect van de narcose (bvb via spierrelaxatie)? Hoe sterk is het placebo effect bij een opname? Het placebo effect van het idee geopereerd te worden? Wat is het effect van de medicatie die tijdens de ingreep en erna gegeven wordt (pijnstillers, ontsekingsremmers)? Wat is het effect van de revalidatie erna? Wat is de impact van het weg zijn van de stress (thuis of het werk) tijdens de opname? Met andere woorden, zou de rugpijn ook verbeterd zijn zonder operatie? Analoge vragen kunnen we stellen wanneer we meer onderzoek zouden doen naar de effecten van biopunctuur. In hoeverre is de genezing toe te schrijven aan de injecties en in welke mate is er sprake van spontane genezing?

Toch moeten onderzoekers alles doen om de klinische resultaten die wereldwijd met biopunctuur gezien worden, te staven in een dubbel blind setting. Zo zijn er een aantal studies gebeurd waarbij men fysiologisch serum injecteert bij de ene groep (placebo groep) en vergelijkt met een tweede groep patiënten die wel het biotherapeuticum ingespoten krijgt. Zo zijn Traumeel , Engystol en Synvisc in dubbelblind studies getest. Dit is ook b.v. gebeurd voor Traumeel voor i.a. injecties in de knie. Maar voor b.v. triggerpunt-injecties moeten we rekening houden met het feit dat een belangrijk deel van het effect afkomstig is van het lokaal anestheticum, het triggerpunt effect (bij injecties in triggerpunten) en van het naaldeffect (zoals bij “dry needling”). Men heeft immers reeds goede resultaten als men enkel een acupunctuur naald in een triggerpunt aanbrengt. Het is ook bekend dat het inspuiten van water of glucose 50% al een belangrijk analgetisch effect heeft (gate control effect van een hypertone oplossing).

Bovendien moeten we bij biopunctuur extra rekening houden met de “individuele respons”. Sommige patiënten reageren niet op i.a. injecties in de knie met Traumeel S maar hebben wel goede resultaten met i.a. injecties in de knie met Zeel T. In tegenstelling tot cortisone, worden de ampullen per patiënt individueel aangepast. Dit betekent dat een patiënt met kniepijn eerst vier i.a. injecties krijgt met Traumeel S zonder enig resultaat, dan vier i.a. injecties krijgt met Zeel T en plots wel beter wordt. Een dergelijke situatie kan moeilijk in een grote gerandomiseerde studie verwerkt worden. Hier bevinden we ons bij individueel aangepaste technieken die enkel leiden tot interessante klinische casussen (zie elders), maar niet tot statistisch gestaafde bewijzen van werkzaamheid. Statisitiek kan ons veel vertellen over populaties, maar niets over de individuele patiënt!

Het juist opstellen (en evalueren) van dubbelblind studies naar het effect van inspuitbare biotherapeutica dient dus met de nodige omzichtigheid (en inzicht in de materie) te gebeuren. Dit probleem stelt zich trouwens ook bij sommige studies naar cortisone-injecties in de jaren 90 die geen statistisch significant verschil konden aantonen (zie literatuurlijst in "Biopuncture in General Practice"). Bovendien zijn er verschillende wetenschappelijke studies die wel een positief maar een heel tijdelijk effect van cortisone injecties hebben kunnen aantonen. Gezien de neveneffecten van cortisone kan men zich afvragen of het locaal injecteren van cortisone nog wel “evidence based medicine” is – ook al bewijst de praktijk de efficiëntie van sommige injecties en ook al is het gebruik zo wijd verspreid.

Hoe zit het met de alternatieven van biopunctuur? Met andere woorden, als er geen injecties of chirurgie nodig of aangewezen is, hoe zit het dan met de effecten en neveneffecten van de reguliere aanpak? Dat het gebruik van NSAIDs en cortisone efficient is in pijnbestrijding is voldoende bewezen. Maar dat deze therapien niet zonder neveneffecten en complicaties verlopen, is minder bekend. In de Verenigde Staten bij voorbeeld wordt het jaarlijks aantal dodelijke slachtoffers gerelateerd aan het gebruik van NSAIDs geraamd op 20.000(!) patiënten (Scheiman). De potentiële neveneffecten van corticosteroiden zijn ook voldoende bekend bij het medisch corps. Al deze elementen pleiten voor een verder onderzoek naar de mogelijkheden, effecten en neveneffecten van biopunctuur in vergelijking met de andere strategieën.

 

 

Armstrong T, Devor W, Borschel L, Contreras R, Intracarpal steroid injection is safe and effective for short-term management of carpal tunnel syndrome, Muscle Nerve. 2004 Jan;29(1):82-8; They conclude that although steroid injections are safe and effective for temporary relief of CTS, most patients will eventually require surgery for long-term control of their symptoms.

Assendelft W, Hay E, Adshead R, Bouter L, Corticosteroid injections for lateral epicondylitis: a systematic overview, British Journal of General Practice 1996; 46: 209-16

Byrn C, et al., Subcutaneous sterile water injections for chronic neck and shoulder pain following whiplash injuries, The Lancet 1993; 341: 449-452.

Carette S, Leclaire R, Marcoux S, Morin F, Blaise G, St-Pierre A, Truchon R, Parent F, Lévesque J, Bergeron V, Montminy P, Blanchette C, Epidural corticosteroid injections for sciatica due to herniated nucleus pulposus, The New England Journal of Medicine 1997, 336: 1634-40

Cicala RS, Westbrook L, Angel JJ, Side effects and complications of cervical epidural steroid injections, Journal of Pain and Symptom Management 1989; 4: 64-6

De Vroey T, La Biopuncture, Louvain La Neuve, training 2006-2007

Gottlieb N L, Riskin W G, Complications of local corticosteroid injections, JAMA 1980; 243: 1547-1548

Heilmann A, Ein injizierbares Kombinationspräparat (Engystol N) als Prophylaktikum des grippalen Infekts, Biologische Medizin1992; 3: 225-229

Kersschot J, The Complementary Use of Homeopathic Preparations in Primary Care Practice, Biomedical Therapy, 1997, (15) 2, 47-52

Kersschot J, Biopunktur, Biologische Medizin 1997; 26(5); 228-31

Kersschot J, Biopuncture: an alternative to the use of cortisone, London: second Biomedical Therapy Congress, 10.05.1997

 

Kersschot, Biopuncture: Specific Treatment Regiments, Biomedical Therapy Congress UK, Coventry 20.09.1997

 

Kersschot J, ‘Biopuncture  and Antihomotoxic Medicine’, ENT/Allergy Symposium, New York, 23.9.1999

 

Kersschot J, The use of Injectable Homeopathy for Asthma and Bronchitis, Biomedical Therapy, 1999; 1(17): 64.

 

Kersschot J, Trigger Points: Detection and Treatment, Symposium Orthopedic Medicine, Brussels, 14.10.2000

 

Kovacs F, Abraira V, Pozo F, Kleinbaum D, Beltran J, Mateo I, Pérez de Alaya C, Pena A, Zea A, Gonzalez-Lanza M, Morillas L, Local and Remote Sustained Trigger Point Therapy for Exacerbations of Chronic Low Back Pain - A Randomized, Double-Blind, Controlled, Multicentral Trial, Spine 1997; 22: 786-97

Matusiewicz R, Rotkiewicz-Piorum A, Behandlung schwerer Formen von kortikoidabhängigem Bronchialasthma mit Immunossuppressiva und Antihomotoxischen Mitteln, Biologische Medizin 1997; 26(2): 67-72

Matusiewicz R, Traumeel S in der Behandlung von kortikoidabhängigem Bronchialasthma Biologische Medizin 1996; 3: 107-112

Porozov S, Cahalon L, Weiser M, Branski D, Lider O, Oberbaum M: Inhibition of IL-1ß and TNF-alpha Secretion from Resting and A ctivated Human Immunocytes by the Homeopathic Medication Traumeel® S, Clinical & Developmental Immunology, June 2004, vol. 11 (2), p.143-149

Rosen CD, Kahanovitz N, Bernstein R, Viola K, A retrospective analysis of the efficacy of epidural steroid injections, Clin Orthop. 1988 Mar;(228):270-2

Scheiman J, NSAIDs and Gi Injury. Part 1. Epidemiology and Pathogenesis. Drugs of Today 1997, 33 (7) 499-508  

Schneider C, Klein P, Stolt P, Oberbaum M. A homeopathic ointment preparation compared with 1% diclofenac gel for acute symptomatic treatment of tendinopathy. Explore 2005;1(6):446-452

Thiel W, Borho B, Die Therapie von frischen, traumatischen Blutergüssen der Kniegelenke (Hämarthros) mit Traumeel Injektionslösung, Biologische Medizin 1991; 2: 506-515

Thiel W, Borho B, Die Therapie von frischen, traumatischen Blutergüssen der Kniegelenke (Hämarthros) mit Traumeel Injektionslösung, Biologische Medizin 1991; 2: 506-515

Vaisman A, Presentation of clinical cases in Biopuncture, Santiago (Chili), august 2007

Van Der Heijden G, Van Der Windt D, Kleijnen J, Koes B, Bouter L, Steroid injections for shoulder disorders: a systematic review of randomized clinical trials, British Journal of General Practice 1996; 46: 309-16

Wallace WA, Injection with methylprednisolone for carpal tunnel syndrome. Local steroid injections only reduce inflammation temporarily, BMJ. 2000 Mar 4;320(7235):645-6

Wobig M, Hylan G-F 20 (Synvisc) for the Treatment of Osteoarthritis of the Knee: Clinical Studies and Practical Considerations, Journal of Clinical Rheumatology 1999, 5(6), S12-7


Previous page: Veiligheid