Interview met Jan Kersschot
Inleiding:
Lao Tse, Krishnamurti, de grote Zen-meesters, Advaita Vedanta, Deepak Chopra, Alan Watts, Eckhart Tolle, Tony Parsons: Jan Kersschot heeft het de voorbije vijfentwintig jaar allemaal gelezen en bestudeerd. In de hoop om, net zoals u en ik, een antwoord te vinden op de vragen die ieder van ons bezig houden. De vragen rond leven en dood, goed en kwaad, de zin van het zijn, quoi . Om uiteindelijk tot het besef te komen dat al dat zoeken je geen stap dichter brengt bij dat wat je werkelijk bent. Al die technieken en godsdiensten zijn afleidingsmanoeuvres geconstrueerd door onze eigen geest. Al die spirituele zoektochten draaien immers nog altijd om het ‘kleine ik', om het ego. Als dat ego ontmaskerd wordt als louter een denkbeeld, is er geen uitweg meer. Er is dan enkel nog het hier en nu. Al wat je dan nog kan zeggen is: alles is zoals het moet zijn. Als dat echt begrepen wordt, valt er natuurlijk heel wat last van je schouders..
Interview:
De mensheid heeft door alle beschavingen heen altijd gezocht naar een antwoord op de vraag: ‘Er moet toch méér zijn'. Iedereen zoekt naar de zin van het bestaan. Noem het ontwaken, innerlijke rust, bevrijding, transcendentie. Allerlei religies en filosofische stromingen hebben geprobeerd een ‘antwoord' te geven of een leidraad te zijn om dit doel te bereiken, maar een waarheid die universeel is, bestaat niet of nog altijd niet. In uw boek legt u uit hoe dat komt. Vertel eens.
Jan Kersschot: ‘Je kunt je om te beginnen de vraag stellen wat er achter al dat zoeken zit. We zoeken naar iets ‘meer' omdat we niet tevreden zijn met wat is . We zoeken een geluksgevoel, innerlijke rust, vrede met onszelf en onze omgeving. We willen verlost worden van onze problemen, van ons lijden. We zien al dat onrecht in de wereld en we willen daar graag wat aan doen. We willen ook de anderen uit hun lijden verlossen. Maar dat lukt allemaal niet zo goed. Als we een probleem hebben opgelost, verschijnt er alweer een nieuw probleem aan de oppervlakte. Het lijkt soms uitzichtloos. Niet alleen op wereldlijk niveau, maar ook op maatschappelijk en persoonlijk niveau. We leven in een maatschappij met meer mogelijkheden dan ooit, en toch werden er nooit zoveel pijnstillers en antidepressiva voorgeschreven als nu. Het westers model met al zijn luxe en al zijn mogelijkheden schijnt uiteindelijk geen blijvend geluk te kunnen garanderen. Vele westerlingen voelen dit aan en daarom gaan ze op zoek naar een alternatief, bij voorbeeld in het Taoisme of in het Zenboeddhisme. Daarom dat de boeken van bij voorbeeld Deepak Chopra, de Dalai Lama en Eckhart Tolle zo populair zijn. Zij zeggen dat er een andere manier van leven is. Dat het geluk in onszelf te vinden is. Dat we de slaaf zijn van onze conditioneringen, van onze steeds weerkerende gedachtepatronen.
Het is normaal dat iedereen bewust of onbewust naar innerlijke rust zoekt. Iedereen heeft af en toe wel geluksmomenten, maar het geluk lijkt ons telkens weer te ontglippen. Ik vergelijk dat met een stuk zeep in je bad: telkens je ernaar pakt, ontglipt ze. Er is altijd wel iets wat totaal geluk in de weg staat omdat het ego nooit honderd procent gelukkig kan zijn. Er is altijd wel iets dat beter kan. Het ego bedenkt steeds opnieuw iets dat fout zit. Ons denken schijnt niet te kunnen stoppen met oordelen. En misschien zit juist daar de sleutel: zolang we blijven oordelen over onszelf en de anderen, kunnen we geen innerlijke rust vinden.
Voor de overgrote meerderheid van de spirituele stromingen uit het Oosten hebt u weinig lovende woorden over. ‘Er is helemaal geen pad dat leidt naar verlichting', schrijft u. Elk pad verstevigt alleen maar het geloof in het ego dat op weg is naar een betere toekomst. Het heeft dus geen zin om te zoeken. Waarom niet?
Jan Kersschot: ‘De meeste spirituele stromingen stellen verlichting voor als een ideaalbeeld, ergens in een verre, ja haast onbereikbare toekomst. Het heeft iets elitair: het is iets wat een goeroe wel heeft en jij niet hebt. Verlichting wordt ook meestal gezien als iets dat je in verschillende fasen kunt bereiken, alsof er ‘verschillende gradaties van verlichting' bestaan: als je maar regelmatig mediteert, minstens twintig jaar lang yoga beoefent, geen vlees eet, nooit alcohol drinkt, geen seks hebt, in de leer gaat bij een Zen-meester, naar een ashram in India gaat wonen, zul je misschien ooit een glimp opvangen van verlichting. En met heel veel geluk behoor je ooit bij het ‘exclusief clubje van Verlichte Meesters'. Terwijl ware verlichting onpersoonlijk en tijdloos is! Wie veronderstelt dat er een weg of een pad is, gaat ervan uit dat er een ‘ik' bestaat en dat er een tijdstip is waarop dat ik bevrijd zal worden. Ik plaats een vraagteken bij zowel het tijdsgebonden denken als het egocentrische denken.'
Laat ons beginnen met de tijd. Net zoals Eckhart Tolle schrijft u: alles gebeurt in het nu. Er is geen verleden en toekomst. Legt u dat eens uit?
Jan Kersschot: ‘Tijd bestaat wel, maar dan enkel als een gedachte in je hoofd. Het is niet meer dan een concept, een idee. Tijd is inderdaad iets heel relatiefs, daar hoef je geen Einstein voor te zijn om dat te begrijpen. Wie heeft al ooit tien minuten in ‘gisteren' geleefd? Je kunt wel dénken aan gisteren, maar ook die gedachte verschijnt nu! Je kunt bepaalde emoties voelen bij iets wat in het verleden is gebeurd, maar die emoties zelf verschijnen wel degelijk nu – en in niet in dat verleden. Je kan een herinnering vergelijken met een flash-back in een film. Het is een plaatje dat verschijnt met als ondertitel dat het ergens in het verleden heeft plaats gevonden. Maar het beeld zelf verschijnt wel nu. Wat is de toekomst? Niets anders dan een gedachte aan morgen die verschijnt in het ‘nu'. De tijd is handig om bij voorbeeld afspraken te kunnen maken en dergelijke. Maar voor de spirituele zoeker die op zoek is naar het universele, is het een struikelblok.'
‘Door aandacht te geven aan het nu moment, krijg je meer energie, ben je verlost van stress, verlangens, enz. Dit sluit erg aan bij ‘Mindfullness'.
Jan Kersschot: ‘Inderdaad. Ook al heeft ‘één zijn' niets met therapie te maken, er zijn een aantal boeiende raakpunten. Als je aandacht in het ‘nu' is, maak je je geen zorgen over de toekomst, treur je niet om het verleden. Je hebt ook minder de neiging om anderen te oordelen of te veroordelen. Als je ziet dat alles één is, is er minder ruimte in je hoofd voor wrok, haat of afgunst. Het is het leven laten stromen zoals het stroomt. Als spirituele zoeker heb je geen behoefte meer aan religieuze ceremonieën. Als mens spreek je minder waarde-oordelen uit, want je beseft dat goed en kwaad twee zijden zijn van eenzelfde medaille. Door in het ‘nu' te leven, kun je jezelf bevrijden uit het keurslijf dat gevormd wordt door je gedachten, ervaringen en dogma's die te maken hebben met je verleden. Sommige auteurs beweren dat het er op aan komt de knop te vinden om jezelf om te schakelen, een soort ‘kwantumsprong' te maken in je bewustzijn. Het geeft je inderdaad een zeer sereen en rustig gevoel. In die zin komt ‘één zijn' heel dicht bij mindfullness. En in een cursus mindfullness kunnen mensen onder begeleiding leren om los te komen van al hun programmeringen. Wetenschappelijk onderzoek heeft trouwens aangetoond dat het een interessant alternatief kan zijn bij mensen met chronische pijnen of depressies.'
Als er geen verleden en toekomst bestaat, hoe staat u dan tegenover de psychiatrie, waar mensen met problemen moeten ‘graven in hun verleden om in het reine te komen met zichzelf', en tegenover de geschiedenis, die het verleden bestudeert?
Jan Kersschot: ‘Mijn boeken zijn gericht naar spirituele zoekers en niet naar psychiatrische patiënten. Naar mijn gevoel kun je je ware zelf niet vinden door in het verleden te gaan graven, maar door met je aandacht in het heden te zijn, zoals in mindfullness. En wat de geschiedenis betreft, die is interessant om aan aantal dingen in een historische context te plaatsen, bij voorbeeld om het verloop te bestuderen van een religie door de eeuwen heen. Maar als je als spirituele zoeker op zoek bent naar de ‘bottom line', kom je vroeg of laat bij het tijdloze terecht.'
U zegt ook dat het ‘ik', het ‘ego' niet bestaat. Slechts een illusie is. Daarin bent u niet de enige: veel filosofen en spirituele meesters ontkennen het ego.
Jan Kersschot: ‘De populaire spirituele stromingen blijven nog nochtans dikwijls hangen in het ‘ik-ik-ik' verhaal. Hoe subtiel ook, alles draait rond dat persoontje dat beter, braver, altruïstischer of spiritueler moet worden. Als je maar voldoende mediteert en leeft volgens de regels, zul je spiritueel groeien. En misschien zul je dan uiteindelijk ook het universele bewustzijn bereiken, het licht zien. Ze geven je een hoopvolle toekomst. Tony Parsons zei me: ‘het is net die ‘je' die in de weg staat van de bevrijding!' Het ego kan het bewustzijn niet voor zich opeisen: het moet zichzelf juist ontmaskeren om het bewustzijn in zijn volle glorie toe te laten. Het is zo dichtbij dat je het over het hoofd ziet. Het is het bewustzijn dat je nu op dit moment in staat stelt deze woorden te lezen!'
Uw idee van het onbestaande ego sluit nauw aan bij dat van de zgn. ‘eenheidsfilosofen', die geïnspireerd zijn door oosterse wijsheidssystemen als Advaita Vedanta en het zenboeddhisme. Wat is de kern van het eenheidsdenken?
Jan Kersschot: ‘De eenheidsfilosofie zegt: alles is één. Er is maar één essentie die zich uit in ontelbaar verschillende vormen. Wat iedereen gemeen heeft, is dat we zijn . Ongeacht je geloof, je geslacht, je ras of je afkomst! Het is dus heel democratisch want niemand wordt uitgesloten. Er is maar één oceaan van Zijn, en wij zijn allemaal golven die verschijnen in dat éne zijn. We zijn wel allemaal verschillend in verschijningsvorm, maar wel gelijkwaardig in essentie. Rijk of arm, blank of zwart, moslim of christen, we zijn allemaal golven in één oceaan. We lijken aparte golven te zijn, maar in wezen zijn we allemaal gemaakt van hetzelfde water. Daarom is dit inzicht een ideale basis voor wat de Boeddhisten ‘compassion' (mededogen) noemen. Dit mededogen volgt niet uit medelijden of omdat je spirituele leider je dit heeft opgedragen, maar omdat je begrijpt dat het bewustzijn bij jezelf hetzelfde bewustzijn is als dat van je buurman. Dit is voor mij de kern van het eenheidsdenken. Wat je een ander aandoet, doe je jezelf aan - letterlijk dan. We zijn al één. Er is maar één bewustzijn dat zich uit in miljarden verschijningen. Is dat niet prachtig?'
Volgens de eenheidsfilosofen is dus het enige wat werkelijk is, het heldere gewaarzijn, het pure bewustzijn? En daarin verschijnt alles?
Jan Kersschot: ‘In theorie wel. Om het duidelijk te maken, zou je een theoretisch onderscheid kunnen maken tussen het menselijk aspect van het bestaan en het wezenlijk aspect van het bestaan. En het is nu net dat wezenlijke aspect wat als de essentie wordt beschouwd, niet het persoonlijke. Een pasgeboren kind is nog puur ‘zijn'. Het is nog één en al open aandacht. Het is nog niet geprogrammeerd: de harde schijf is nog leeg. Er is nog geen denken in termen van ik en de anderen. Er is nog geen identificatie met het ego. Er is nog geen denken in termen van goed en kwaad. Of verleden en toekomst. Er is enkel zuiver waarnemen van wat er verschijnt, zonder oordelen of verwachten. In de loop van de tijd is men dat kind gaan programmeren: ‘Je bent een jongetje of een meisje. Je noemt zo of zo, je bent groot of klein, stout of braaf, je bent moslim, je bent christen, enzovoort.' Wat je écht bent – puur bewustzijn -, geraakt op die manier op de achtergrond. Het oorspronkelijke zuiver geluksgevoel van puur bewustzijn wordt door het ego naar de achtergrond verschoven. Vroeg of laat gaan we dat oorspronkelijke zuiver zijn missen, en worden we spirituele zoekers.'
Wie of wat is dan volgens u het ‘ik'?
Jan Kersschot: ‘Je kan het woord ik op vele niveaus interpreteren. Het ‘ik' als ego is zoals reeds eerder gezegd slechts een concept, een illusie, een beeld. Maar ons verstand kan dit niet vatten. Ik vergelijk daarom het leven graag met de projectie van een film. Het is een film van jouw leven: jij bent het hoofdpersonage, met al zijn kenmerken, gevoelens en gedachten. En er verschijnen continu allerhande beelden. In je leven zijn er allerhande indrukken: dingen die je hoort, ziet, voelt, denkt, enzovoort. En net zoals in een goede film lijkt alles echt: er verschijnen zestien beelden per seconde en het lijkt alsof het één verhaal is. Je zintuigen zijn zo overdonderd door al die indrukken dat je zeker niet het gevoel hebt in een film te spelen. De pijn, de emoties, de wereld rondom je: het lijkt allemaal zo echt. Maar wat verschijnt in je aandacht is telkens slechts één beeld, en elk beeld verschijnt in een nu moment. Ook de persoon die je denkt te zijn, is een projectie. Als je ontdekt dat de persoon die je denkt dat je bent, slechts een beeld is dat af en toe verschijnt in een film, kan je je afvragen wat je dan werkelijk bent. Wat is er constant aanwezig in de film? Het licht in de beelden van je film. Want dat licht is er altijd: voor, na en tijdens de film. Als we zouden inzien dat wat we werkelijk zijn, dit licht is, dan vallen vele levensvragen weg. De eenheidsfilosofen leggen dus de nadruk op dat zuivere bewustzijn, het heldere gewaarzijn. Dit licht is de kern van ons zijn. Dàt is ons ware ik.'
Dat is toch niet nieuw, dat is eigenlijk Plato! Die zei: ‘niets is echt, alles is slechts een afspiegeling van een centraal bewustzijn dat beelden projecteert'. Deze stoel is geen stoel, maar een projectie van een stoel. De zintuiglijk waarneembare werkelijkheid is slechts een verschijningsvorm van het bewustzijn, als een soort droom.
Jan Kersschot: ‘De grot van Plato wijst inderdaad naar hetzelfde fenomeen. Er zijn verschillende filosofen die hebben gesteld dat alles slechts een projectie is van de geest. De Hindoes noemen het maya. Maar we moeten consequent zijn: als alles een illusie is, dan is dat ego ook een illusie. Dus als de acteur op het scherm inziet dat zijn of haar persoon een plaatje is, een illusie is, dan weet je dat dit ik nergens naar toe kan gaan om het licht te vinden want het staat al in het licht.'
Het gevolg van het eenheidsdenken is dat alle streven naar verlichting zinloos is. Het ‘zijn' is er namelijk al.
Jan Kersschot: ‘Precies. Het pure zijn is nooit weggeweest. Dat inzien is in principe voldoende, maar we kunnen dat niet geloven. En het duurt soms wel even voor al die oude programma's uitgewist zijn. Maar in feite is je ware natuur nooit weg geweest. Wat kan een golf in de oceaan doen om nat te worden? Inzien dat het al van water gemaakt is: dat is in principe voldoende. Dan is het zonneklaar dat je al zo nat bent als je maar kan zijn. Je hoeft dus niet te veranderen. Zoals je nu bent, ben je al een volledige expressie van het éne zijn. Ongeacht hoe je eruit ziet of wat je al hebt gedaan. Het kan niet simpeler. Maar het is héél moeilijk voor het ego om dat te accepteren.'
Toch bent u zelf ook ooit met een zoektocht begonnen. U hield zich als student geneeskunde al bezig met transcendente meditatie, u verdiepte zich in de Indische meesters, u las Krishnamurti, Nisargadatta, Ramana Maharshi, Balsekar, noem maar op. Via uw contact met Tony Parsons kwam u tot ‘inzicht'. Nu zegt u: ik moet niet meer zoeken. Komt dat niet een beetje pretentieus over, in de zin van: ‘ik heb het licht gezien en alle andere arme zoekertjes nog niet'?
Jan Kersschot: ‘Nee, integendeel: het één zijn waar ik naar verwijs is voor iedereen bereikbaar. Het is zeker niet iets wat ik heb bereikt en me daardoor superieur maakt. Als je ontdekt dat je essentie het ene zijn is, dan herken je dat automatisch ook bij de anderen. Dat inzicht is essentieel. Of die anderen dat nu ook herkennen of niet, maakt zelfs niet uit: zij zijn evengoed expressies van één zijn. Je staat dus op spiritueel vlak geen stap verder dan wie ook. Voor gevorderde spirituele zoekers is dat soms even slikken. Een mooie les in nederigheid. Vooral in Oosterse tradities is er sprake van een spirituele hiërarchie. De goeroe heeft ‘het' bereikt – hij straalt vrede, goddelijkheid en perfectie uit - en de volgelingen hopen hetzelfde te bereiken door hem te imiteren of te doen wat hij zegt. Dat is natuurlijk heel misleidend. Dat ideaalbeeld ga je natuurlijk nooit bereiken en dus kan je blijven zoeken. Voor sommige spirituele zoekers is het dan ook heel bevrijdend om al deze spirituele spelletjes te ontmaskeren. Dat is wat mij is overkomen. Maar ik ben zelf zeker geen heilige – gelukkig maar! Vraag dat maar aan de mensen die mij beter kennen. Ik ben ook geen spirituele leraar noch een goeroe met volgelingen. Ik kàn trouwens mezelf niet hoger plaatsen dan de lezer. Het essentiële is net die gelijkwaardigheid in het één zijn. Ik behoor dus niet tot een hogere spirituele rangorde of zo. Nogmaals: het heeft niets met mij te maken.'
U bent een man met een interessante job, een lieve echtgenote, twee dochters, een mooi huis, twee auto's voor de deur. U bent een eerste klas levensgenieter die niet nee zegt tegen een goed glas wijn en een leuke citytrip. Hoe past uw levensfilosofie in uw dagelijks bestaan?
Jan Kersschot: ‘Spirituele paden worden dikwijls geassocieerd met onthechting en boetedoening. Daar heb ik mij nooit in kunnen terug vinden. Al die regels en verboden van de grote religies kwamen mij altijd als heel onnatuurlijk over. Je hoeft dus niet van kleren of van dieet te veranderen. Je dient je niet kaal te scheren of celibatair te worden om tot dit inzicht te komen. Het is niet noodzakelijk om je familie te verlaten en lid te worden van een sekte. Het is niet nodig om tien jaar te leven in een grot in de Himalayas om zo uiteindelijk spirituele bevrijding te vinden. Het ‘Eén zijn' waar ik naar verwijs in mijn boeken is beschikbaar voor iedereen; ik leg niemand geen leefregels op. Mijn visie op spiritueel vlak is dus volledig compatibel met een familiaal leven, genieten van de mooie dingen van het leven en allerlei andere zaken die gewoonlijk niet als spiritueel worden bestempeld. Ook al brengt dit inzicht je innerlijke rust, toch blijf je voor de anderen een gewoon mens, met al je gebreken en kwaliteiten. Het heeft niets te maken met het bereiken van perfectie. Anderzijds is één zijn ook volledig compatibel met mededogen, met het zorgen voor de medemens in pijn of nood. Als je de ware essentie bij jezelf hebt herkend, herken je die ook automatisch bij de anderen. Als alles één is, kan er immers niets of niemand uitgesloten worden. Wanneer je je ware natuur hebt herkend, leef je meer in het besef dat iedereen gelijkwaardig is. Weliswaar verschillend – en dat maakt het leven zo boeiend – maar tegelijk gelijkwaardig.'

Dit interview verscheen in het Belgisch tijdschrift "Genieten", nr. 7, 2005 p. 122-127
(interview door Liesbeth Cooymans)
Jan Kersschot publiceerde twee boeken bij uitg. Ankh-Hermes:
- Eén Zijn. Thuiskomen bij je-Zelf. ISBN 90-202-8274-3
- Het is zoals het is. Gesprekken over Eén Zijn. ISBN 90-202-8324-3
Jan Kersschot publiceerde twee nieiwe boeken bij WWAOW in 2007: zie www.wwaow.com
Previous page: Home
Next page: Bewustzijn